JewishAntwerp.com


Jesode-Hatora—Beth-Jacob Scholen  v.z.w.


Jesode-Hatora—Beth-Jacob Scholen  v.z.w.  -  Lange Van Ruusbroeckstraat 12-34 te 2018 Antwerpen, tel.: 239.25.35. - 230.01.45. - 239.25.46. fax: 230.87.14:
[Beschrijving] [Statuten 1950] [Statuten 1984] [Geschiedenis van de school] [Artikels over de school]

"Als antwoord op uw schrijven d.d. 12.09.98 zijn wij zo vrij u hiermee een korte beschrijving te laten geworden van het doel en de activiteiten van onze Jesode-Hatora-Beth-Jacobscholen volgens de statuten verschenen in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad in 1950.

De Inrichtende Macht of "Het Schoolbestuur" zoals de nieuwe benaming nu luidt, heeft de vorm van een VZW. De VZW heeft tot doel de Joodse jeugd van Antwerpen en omgeving, van beide geslachten, een opvoeding te bezorgen in de geest van de Belgische wetgeving en tevens volgens de grondbeginselen van de Joodse godsdienst en de religieuze orthodxe traditie; te dien einde reeds bestaande scholen te steunen en te beheren, en voor zover nodig nieuwe scholen, kindertuinen, dagscholen, avondscholen, beroepsscholen, vakscholen en andere inrichtingen van opvoeding en onderwijs in te richten, waarin een Belgisch-Joodse opleiding in boven omschreven geest zal gegeven worden.

De Jesode Hatorah Beth-Jacobscholen bieden aan de joods-orthodoxe jeugd van Antwerpen een unieke combinatie van een religieuze en een algemene opvoeding. Alle scholen worden geïnspecteerd en geverifiëerd door de officiële diensten van de Vlaamse Gemeenschap. De afgeleverde diploma’s zijn erkend en gehomologeerd door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap - departement Onderwijs.

Momenteel omvatten de Jesode Hatorah - Beth-Jacobscholen:

1.  Basisschool voor jongens
2.  Basisschool voor meisjes
3.  Israëlitiische Middenschool Jesode Hatorah - Beth Jacob
4.  Israëlitisch Atheneum Jesode Hatorah - Beth-Jacob
5.  Sopro: avondleergangen voor taal
6.  Een seminarie dat een GPB (Getuigschrift Pedagogische Bekwaamheid) aflevert aan leraressen godsdienst en Hebreeuws.
 

S.  Perl
Secretaris
namens het schoolbestuur.

Aan de Statuten dd. 17 maart 1950  (Bijl. B.S. dd. 1 april 1950, nummer 945) ontnemen wij volgend maatschappelijk doel: "De vereniging heeft voor doel: de Joodse jeugd van Antwerpen en omgeving van beide geslachten opvoeding  te verschaffen in de geest van de Belgische wetgeving en tevens volgens de grondbeginselen van de Joodse godsdienst en de religieus-orthodoxe traditie. Te dien einde  reeds bestaande scholen te beheren en voor zover nodig  nieuwe scholen, zowel kindertuinen, dagscholen, avondscholen, beroepsscholen, vakscholen en inrichtingen van opvoeding en onderwijs in te richten, waarin Belgisch-Joodse opleiding in boven omschreven geest zal  verstrekt worden".
"De stichtingsvergadering benoemt een curatorium of raad van ten minste twee en ten hoogste vijftien leden. (...) Zijn functies zijn van de meest uitgebreide aard aangaande het Joods en godsdienstig onderwijs, de algemene opvoeding, benoeming van onderwijzers, de administratie, alle lopende financiële en andere zaken. Als leden van de  beheerraad  of schoolraad komen alleen zulke  personen in aanmerking die Joods-orthodox zijn en  de wetten van de Joodse Codex naleven".
"In geval van ontbinding van de vereniging zal het batig slot, na afbetaling van alle schulden, toekomen aan een Joodse opvoedingsinstelling, die op strikte religieuse-orthodoxe basis gefondeerd en geleid wordt en die door de algemene vergadering zal aageduid worden".

Recente ledenlijst: 1 maart 1962 - 13 leden, waaronder de Weleerwaarde Heer Opperrabbijn Ch. KREISWIRTH.
 
 
 


Opperrabbijn Ch. KREISWIRTH op het openbaar examen (1965).

Zie ook hieronder: Jesode-Hatora - Beth-Jacob Scholen I.M. v.z.w.

Jesode-Hatora—Beth-Jacob Scholen I.M. v.z.w.   -  Lange Van Ruusbroeckstraat 12/34 te 2018 Antwerpen:

Aan de Statuten dd. 1 mei 1984 (Bijl. B.S. dd. 12 september 1985, nummer 10.838) ontnemen wij volgend maatschappelijk doel: "De vereniging heeft tot doel de Joodse jeugd van Antwerpen en omgeving van beide geslachten onderwijs te verschaffen in de geest van de Belgische wetgeving en tevens volgens de grondbeginselen van de Joods-orthodoxe godsdienst en de religieus-orthodoxe traditie. Te dien einde richten zij het onderwijs in en beheren zij de reeds bestaande scholen. Voor zover nodig en mogelijk richten zij het onderwijs in van nieuwe scholen, zowel kindertuinen, dagscholen, avondscholen, beroepsscholen als niet-universitair hoger onderwijs. In deze scholen zal onderwijs verstrekt worden, trouw aan de beginselen van de Joods-orthodoxe religieuze opvoeding.
 
 
 


Opperrabbijn Ch. KREISWIRTH aan  de zijde van wijlen Rabbi Shmuel OSTERZETSER, Directeur van de Jesode Hatora-school (1963).

Voor het profane onderricht worden de voorschriften van het Ministerie van Onderwijs gevolgd.

Gestreefd wordt naar een optimale samenwerking met de v.z.w. Jesode-Hatora—Beth-Jacob, die eigenaar blijft van alle reeds verworven eigendommen".

"De erevoorzitter wordt van rechtswege de Heer Opperrabbijn in functie, voorzitter van het Rabbinaat van de Israëlitische Orthodoxe Gemeente te Antwerpen. Op de erevoorzitter wordt beroep gedaan om eventuele geschillen die binnen de raad van beheer zouden rijzen te beslechten en/of als bemiddelaar op te treden in die geschillen. Hij kan gelden, collecten, giften, waarden ontvangen en die voor de vereniging beheren.
De functies en de bevoegdheden van deze bestuurscommissie zijn van de meest uitgebreide aard m.b.t. het Joods en godsdienstig onderwijs, de algemene opvoeding, benoeming van de leden van het onderwijzend en administratief personeel, alle lopende financiële en andere zaken.

Als leden van de raad van beheer of van de bestuurscommissie komen alleen die personen in aanmerking die de wetten van de Joodse Codex naleven".

"In geval van ontbinding van de vereniging zal het batig saldo, na afbetaling van alle schulden, toekomen aan de v.z.w. Jesode-Hatora—Beth-Jacob".

Recente ledenlijst: 14 april 1986 - 14 leden. Volgens de statuten wordt de Weleerwaarde Opperrabbijn Ch. KREISWIRTH van rechtswege "ere"-voorzitter,  maar zijn naam komt niet meer voor als lid...

Zie ook hierboven: Jesode-Hatora—Beth-Jacob Scholen  v.z.w.
 

De geschiedenis van de school.
 

De meningen zijn verdeeld over de exacte datum van de stichting van JesodeHatora. Door de vernielzucht van de Nazi-bezetters is er geen documentatie meer voorhanden. Reeds rond 1885 vinden we sporen terug van een soort "cheder", die gedurende enkele uren per week aanvullend godsdienstonderwijs gaf voor de schoolgaande jongens die de stedelijke scholen bezochten waar geen Joodse religie onderwezen werd.

Met de immigratie van Reb. Hersch Krengel z.g. kwam er rond 1894 een kentering in dit aanvullend onderwijs. Hij kon terecht geen genoegen nemen met dit mager onderwijs en hij dacht meteen aan een dagschool, waar naast het officiële algemeen onderwijs een volledig programma Joods onderricht gegeven moest worden.

Reb. Hersch Krengel nam zelf het initiatief, maakte hiervan zijn levensdoel en stichtte Jesode-Hatora waarvan wij tot heden toe de resultaten plukken.

Ik herinner mij nog altijd Dhr. Romi Goldmuntz, de welbekende Antwerpse mecenas, die keer op keer vertelde dat hij één van de eerste leerlingen van deze instelling was.

Hij sprak steeds fier over de snelle ontwikkeling van Jesode-Hatora. Hij is immer een actieve vriend van onze school gebleven. Jesode-Hatora was de eerste Joodse school in Antwerpen. Zij drukte haar stempel op de positieve ontwikkeling van de Jishoew tot op heden. Dit kan u duidelijk verder in dit boek lezen in de getuigenissen van verschillende oud-leerlingen, die treffende en onweerlegbare feiten naar voren brengen. Deze mensen zijn verschillende richtingen uitgegaan, maar zijn nu nog verankerd in onze Jesode-Hatora. Zelfs na 60-70 jaar zijn zij onze school nog steeds dankbaar voor de opvoeding die ze hier kregen en voor de positieve stempel die Jesode-Hatora op hun leven gedrukt heeft.

In 1980 kwam ik in de VS een oudere man tegen. Toen ik hem vertelde dat ik uit Antwerpen kwam, zei hij trots ooit in Antwerpen te zijn beland tijdens zijn vlucht uit het tsaristische Rusland van 1913 naar de USA. Gedurende enkele maanden had hij school gelopen op Jesode-Hatora. Dit heeft hij nooit vergeten. Godzijdank is dit nog altijd zo. Het is de enige school in heel de Joodse wereld en in de orthodoxe middens in het bijzonder, waar de Joodse jeugd de school verlaat met kennis van vijf en soms meer talen, en met een levensfilosofie gebaseerd op de Shoelchan-Aroech (religieuze wetgeving).

Wij hebben meteen ook de solidariteit leren waarderen die ons door deze opvoeding bijgebracht werd. Na de schokkende gebeurtenissen hebben wij dan meteen gevoeld dat we deze solidariteit in werkelijkheid moesten omzetten. Toen de heer Klagsbald na de bevrijding in 1945 uit de hel van het concentratiekamp van Auschwitz terugkeerde, en terwijl hij nog het wel bekende triestige uniform aanhad, nl. een grijs-gestreepte pyjama, was zijn eerste vraag: "Hoe zit het met onze Jesode-Hatora, Machsike Hadass en de Agoeda?" Vooraleer aan zijn privé-zaken te denken was één van zijn eerste initiatieven gewijd aan de school. Hij verzamelde onze jongeren - de weinigen die de dodendans op de één of andere manier ontsprongen waren - rond zich en begon aan de heropbouw van de Jesode-Hatora - Beth-Jacob te werken. Zijn redenering toen was zeer logisch: indien wij, enkelingen, de hel overleefd hebben, is het onze plicht in de allereerste plaats aan de heropbouw van het Joodse gemeenschapsleven te denken. De eerste fondsen hiervoor kwamen van de toen verenigde zelfstandige Chevra-Kadischa. De heer Klagsbald kreeg toen ook van de Agoeda-Israël in Londen een subsidie van £ 500.- Deze gelden maakten het mogelijk om de eerste herstellingen aan de gebouwen te laten uitvoeren. Deze waren geteisterd door een V bom die in de Korte van Ruusbroeckstraat ingeslagen was, recht tegenover de school. verschillende muren waren gescheurd en moesten dan ook dringend hersteld worden.

Bij het 100-Jarig jubileum hebben we het gepast gevonden om een boek uit te geven over de geschiedenis van onze school. We moeten daarbij even stil blijven staan bij figuren als Nusen Lustig vóór en als Reb. Itsche Freilich na de oorlog. Deze mensen waren met hart en ziel verknocht aan Jesode-Hatora. Dag in dag uit droegen zij de financiële last van onze instelling. Rebbe Nusen Lustig, had helaas zelf geen kinderen en hij had het op zích genomen om voor de Tinoket shel beis rabbim "opvoeding van de Joodse kinderen" zorg te dragen. Deze dagelijkse taak vervulde hij met een toewijding als waren het zijn eigen kinderen. Gezien de moeilijke economische toestand in die tijd, was dit zeker geen gemakkelijke opgave. Tot de dag dat hij naar de Verenigde Staten uitweek, was hij steeds op zijn post. Onmiddellijk na de oorlog zocht hij opnieuw toenadering tot Antwerpen en verzamelde hij in New York bij de Antwerpse diamantairs de eerste bijdragen ten voordele van onze school om deze te kunnen heropenen.

Reb. Itsche Freilich nam deze taak over na zijn terugkeer uit Marokko in 1946, waar hij de oorlogsjaren doorbracht. Hoewel hij tegelijkertijd voorzitter was van de Kehilla Machsike Hadass, ging zijn allereerste zorg toch steeds naar JesodeHatora. Hij zei steeds: "Zonder Jesode-Hatora zou er geen Machsike Hadass zijn. Vooraleer aan zijn dagelijkse broodwinning te denken, zorgde hij voor de behoeften van de school. Dit híeld híj vol tot hij ziek werd en er financiële problemen rezen. Op dat ogenblik waren wij jongeren gedwongen om de last meteen over te nemen.

Schmuel Roitenbarg nam de dagelijkse zorg over en vervulde deze taak gewetensvol tot op zijn laatste levensdag. Geen enkele gelegenheíd liet hij voorbij gaan om "present" te zijn ten voordele van Jesode-Hatora. De jongeren van nu die hem gekend hebben, zouden er goed aan doen hem tot voorbeeld te nemen. Zijn motto was, dat vooraleer men aanspraak kan maken op volledige medezeggenschap in het beleid van de Jesode-Hatora, men zich eerst verdienstelijk moet maken om dit recht te verdienen. Het ís enkel en alleen wanneer men diensten verleent en men de noden van een instelling of gemeenschap aanvoelt, dat men de nodige verantwoordelijkheid kríjgt om ernstige beslissingen te nemen. Tot daar de materiële kant van onze instelling.

Wat de dagelijkse leiding van de school betreft, willen we - voor zover ons geheugen dit toelaat - even uit onze persoonlijke herinneringen putten.

Toen ik in 1928 als kleine immigrant (amper 8 jaar oud) voor het eerst naar Mr. Kleerekoper, werd ik begroet door dhr. E. Kleerekoper die toen als Administrateur-Directeur de school leidde. Deze uitzonderlijke figuur was toen voor mij een zoveelste ontdekking van een Mr. Friedman, Kleerekoper, Bosselaers, Hubert, geheel andere "wereld" dan die waaruit ik geëmigreerd was, nl. Oost-Europa. Dhr. Kleerekoper sprak voornamelijk Nederlands maar deed toch alle moeite om ons Jiddish te verstaan. Hij toonde veel begrip voor ons, voor onze omschakeling van "Oost naar West". Hij legde daarbij veel nadruk op stiptheid en discipline, ook bij het lerarenkorps. Hierover had hij dikwijls moeilijkheden met de "rebbes".

Hij kwam vaak in de klas, soms om rebbes te vervangen die toevallig afwezig waren. Als kleine jongens hadden wij een speciale bewondering  voor hem, omdat hij soms de klas de rug toekeerde. Als wij dan rumoerig werden, kon hij ons toch precies vertellen wie van ons zijn bank verliet en lawaai maakte. Hij droeg immers een bril en door zijn handen voor de glazen te houden, vormden deze een soort spiegel, waardoor hij min of meer kon zien wat er in de klas gebeurde. Voor ons, kleine jongens, was dit een wonder. In de hogere klassen kwam hij van tijd tot tijd binnen, met de vraag "Jongens, wie heeft er geld voor mij?" Hiermee bedoelde hij het maandelijks schoolgeld dat toen betaald moest worden. Gezien de economische crisis die er toen in de wereld heerste, was de financiële toestand niet rooskleurig, noch voor de instelling, noch voor de ouders. En al wie geen 50 of 100 frank bij had, kon naar huis om geld te halen. Toen was 50 frank nog veel geld.
Een bijkomende noot wil ik niet nalaten om hier aan te halen. In 1930, kort na het begin van de internationale economische crisis, deed het gerucht de ronde dat de school op het randje van het failliet was en zou gaan sluiten. Op onze jeugdige leeftijd dachten wij enkel en alleen dat wij op die manier van de school af zouden zijn en begrepen de ernst van de situatie niet. Toen dook een reddende hand op: de toen welgekende mecenas, wijlen de heer Shachne Richter, die toen 120.000 fr. ter beschikking van de school stelde en deze zo van een dreigende sluiting redde. Later heeft hij ook de grote synagoog van de Machsike Hadass in de Oostenstraat gered van een openbare verkoop door de hypotheek van zomaar 625.000 fr. af te lossen. Dat waren toen ongelooflijke enorme bedragen, die onmogelijk te realiseren waren. Na de oorlog, toen de heer Richter in Israël overleden was, kwam zijn schoonzoon, de heer Wellner, naar Antwerpen en overhandigde de hypotheekakte van de synagoog aan Jesode-Hatora. Dit was bedoeld als een schenking aan de school die door de Machsike Hadass zou moeten afgelost worden ten gunste van de school (...).

Na de oorlog, heeft Dhr Kleerekoper zijn taak hernomen tot de dag van zijn pensioen. Hij werd later ook hoofd-gabbai van de chevra-Kadischa.
Ik heb hem dan beter leren kennen en zijn bescheidenheid, oprechtheid en eerlijkheid leren waarderen. Hij was het symbool van een "Tzadik", een rechtvaardig man.

Reb. Jossel Friedman z.g.

Later, naarmate de school groeide, werd de zware last gedeeld door Dhr. Jossel Friedman, die algemeen Directeur werd in 1932. Hij was eerst Rebbe voor Tenach (profeten) in de hogere klassen. Hij had een speciale manier van lesgeven, waarbij hij niet enkel de vertaling en inhoud aanleerde, maar ons ook meteen bijbracht zelfstandig te leren denken in de geest van de Thora. Hij legde steeds de nadruk op de goede zeden en gewoonten in de omgang met de medemens, die aan de basis ligt van de ongeveinsde en eerlijke, gelovige, Joodse mens. Hij leerde ons Jesajahu, maar dan op een bijzondere manier. Vandaag is het nog steeds in ons geheugen ingeprent, met de nodige interpretatie van elk woord dat de Profeet als boodschap van G-d aan Israël heeft overgebracht, en dat nu nog zo actueel overkomt. Dit heeft ons de nodige sterkte gegeven tijdens de zeer zware oorlogsjaren. Toen hadden we niemand die voor een moment van opluchting kon zorgen, niemand bij wie we troost konden vinden, niemand die onze pijnlijke vragen kon beantwoorden, niemand met wie we van gedachten konden wisselen. Vader, moeder, iedereen was verdwenen, in rook opgegaan, zonder dat iemand iets van hun lot afwist. Toen keken we alleen terug naar de Psalmen en de Profeten die ons door Reb. Jossel Friedman zo rationeel ingeprent werden en die ons de moed gaven om niet op te geven.

Reb. Jossel Friedman was een hoogstaand figuur, die geen persoonlijke materiële voordelen nastreefde, maar zich met volle overgave inspande voor de opvoeding van zijn leerlingen. Zijn rol hield niet op toen wij de school verlieten. Hij stond zijn leerlingen overal met raad en daad bij en stond steeds tot hun beschikking tot op de dag van zijn deportatie. In de Dossinkazerne had ik nog de gelegenheid om afscheid van hem te nemen, vooraleer we van de trein sprongen. Samen met Itschie en Jacob Gutfreund konden wij gelukkig ontsnappen, maar hij en zijn familie kwamen helaas allemaal om in de gaskamers van het concentratiekamp.

Bij deze gelegenheid wil ik niet nalaten om ons aan het afscheid te herinneren dat we in de Dossinkazerne van de weled. heer Opperrabbijn M. Rottenberg  z.g. genomen hebben. Hij werd binnengebracht kort nadat wijzelf reeds naar de Dossinkazerne gebracht werden. Hij werd op beledigende wijze bejegend omdat hij zich verzette tegen het afsnijden van zijn baard. Er werd hem een forse kaakslag toegediend. Er bleef hem echt geen keuze over. Hij was toen op hoge leeftijd. Later op kerstdag, toen er een jongeman uit de kazerne ontsnapte (die helaas dezelfde avond terug gesnapt werd), kwam de beruchte commandant van het concentratiekamp Breendonk, Schmidt, ons "bezoeken" begeleid door zijn grote hond, een Duitse herder. Hij was smoordronken en beval iedereen aan te treden. Wij wilden bij onze commandant proberen een vrijgeleide te verkrijgen voor onze Opperrabbijn, maar Rav. Rottenberg verzette zich ertegen met de korte mededeling: "Indien `klal Jisroel' - alle Joden - lijden, heb ik geen enkel recht uitzondering te zijn”.

Diezelfde houding heeft hij aangenomen toen de razzia's op de Joden in Antwerpen begonnen. Toen er door menigeen bij hem aangedrongen werd om onder te duiken, was zijn reactie: "Zolang er 10 mensen van mijn gemeente overblijven, heb ik geen recht om mijn post te verlaten... Opperrabbijn Rottenberg en zijn echtgenote zijn omgekomen in de gaskamer van het vernietigingskamp.

Reb. Schmuel Ostersetzer z.g.

Na de oorlog werd er een beroep gedaan op Reb. Schmuel Osterzetser die in Zwitserland aan de oorlogsverschrikking was ontkomen. Dit gebeurde eind '45, begin '46. Zoals elders vermeld werd de school heropend met 17 leerlingen,  bijeengebracht door Dhr. Sanctorum. Het duurde echter niet lang alvorens dit aantal aangroeide met diegenen die de dodendans waren ontsprongen. Reb. Schmuel Ostersetzer nam de leiding in handen samen met Dhr. Sanctorum, directeur algemene vakken, en onze school hernam de leidende plaats voor de Joods-orthodoxe opvoeding in de Antwerpse Jishoew.

Om de persoonlijkheid van Reb. Schmuel Ostersetzer te schetsen, heb ik noch de bevoegdheid noch de kwalificaties. Hij werd door iedereen geraadpleégd, zowel hier ter plaatse, als door de rabbinale autoriteiten in het buitenland. Na de oorlog was hij het die de stempel drukte op de opvoeding van onze schoolkinderen gebaseerd op Torah im Derech Erets (wetenschap en wellevendheid). Hij werd geboren in Brod, Galicië, en woonde later in Duitsland. Hij was de ware Talmud-Chacham, ingewijd in de profane wereld. Hij had uitstekende relaties, zowel in de chassidische als in de jeschive wereld, en vanzelfsprekend ook bij de intellectuele lekenleiders, die met zijn mening rekening hielden. Hij is ook de auteur van een boek "Alei deshe" (Bijbelcommentaar). Een groot gedeelte van zijn bibliotheek liet hij aan de school achter. Jesode-Hatora - Beth-Jacob kan als zijn levensdoel beschouwd worden. Dat gold ook voor zijn medewerker en later zijn opvolger, Dhr. Bochner, die een waar toonbeeld van idealisme was.

Reb. Moishe Bochner z.g.

Wat Dhr. Bochner betreft, kan ik getuigen dat hem door een diamantfirma een goede baan werd aangeboden met het dubbele van het loon dat hij op school verdiende. Hij weigerde, omdat hij de school niet in de steek wou laten. Zijn levensideaal was opvoeden en niet geld verdienen. Enige tijd later werd hem door de universiteit een leerstoel aangeboden, waarbij hij slechts enkele uren moest werken in plaats van een volle zeven dagen inzet als directeur zonder een loon naar verdienste. Wat zijn kennis en wetenschap van de Talmud betreft, heeft onze Eerwaarde Heer Opperrabbijn Kreiswirth Shlita zijn bewondering voor hem niet onder stoelen of banken gestoken. Over zijn profane literaire kennis heeft onze vroeger prefect, Prof. van Jole, zijn buitengewone bewondering uitgedrukt. Dit gebeurde op een moment dat
Prof. van Jole toelating moest vragen of de meisjes een theatervoorstelling
mochten bijwonen. Dhr. Bochner vroeg hem om meer details over de opvoering van dit stuk. Prof. van Jole stelde met verbazing vast dat Dhr. Bochner een grondige kennis bezat van deze literatuur, en ook van andere werken van algemene mene auteurs.

Op zekere dag belde Dhr. Bochner mij op om raad te vragen.  Dhr. Jozef Komkommer die toen voorzitter van de Centrale was, werd verzocht een gepast Joodse intellectueel aan te duiden voor een colloquium dat zou plaaatsvinden met professoren van zowel de Vrije Universiteit van Brussel als van de Katholieke Universiteit van Leuven en met Protestantse leiders. Dhr. Komkommer dacht onmiddellijk aan Dhr. Bochner voor deze functie.
Op de vraag van Dhr. Bochner wat hierover mijn mening was, heb ik positief gereageerd op voorwaarde dat het geen openbaar debat was en in vrij gesloten kring zou plaatsvinden. De volgende dag gaf Dhr. Bochner mij een kort relaas. Er werd hem het volgende gevraagd: "U zegt dat de Thora steeds actueel is en blijft. Welke betekenis heeft vandaag nog de straf die volgens de bijbel opgelegd wordt aan een dief die het gestolene niet kan terugbetalen en die door het gerecht verplicht wordt om zolang arbeid te verrichten tot de materiële schade afbetaald is."  Dhr. Bochners repliek was de volgende: "Hier heeft U een goed voorbeeld van de doelmatigheid van het bijbelse gerecht t.o.v. het hedendaagse. Als men een dief snapt, wordt hij veroordeeld tot gevangenisstraf. Hij zit zijn straf uit en verlaat de gevangenis met een nog slechtere moraal door het contact zware criminelen. De bestolene wordt niet vergoed, met als resultaat: het slachtoffer is er nog slechter aan toe. Terwijl het bijbels gerecht, hoe verouderd het ook moge zijn, het tegenovergestelde resultaat oplevert. De dief werkt bij een werkgever tot de bestolene vergoed is en hij wordt gedwongen na te denken over het nut van het stelen, vermits hij aan het kortste eind trekt. Het bijbels recht verbiedt tegelijkertijd werkgever over de dief naar willekeur te beschikken, en zo zijn menselijke waarde aan te tasten. De andere deelnemers aan het colloquium moesten wel toegeven dat dit systeem inderdaad beter is.

Dikwijls hadden wij het over de educatieve problemen. Het gebeurt meestal dat ouders die problemen met hun kinderen hebben, de last en de schuld op de school willen schuiven. Dat een nauwe samenwerking tussen ouders en leraars van levensbelang is voor een goede opvoeding, nemen vele ouders erg lichtzinnig op. Waar werkelijke problemen rijzen, willen ze niet erkennen dat deze toe te schrijven zijn aan karaktermoeilijkheden of een laag intelligentiepeil van het kind. Ze eisen van het kind meer dan het kan geven, gewoon omdat ze "even goede resultaten willen zien als bij een ander meer begaafd kind van vriend of kennis, zonder dat met de werkelijkheid rekening wordt gehouden". Dit leidt soms tot frustrerende situaties, zowel bij leraar en leerling, als bij ouders en kind, met als gevolg conflicten tussen leraar en ouders, waarbij dan gewoonweg de school de schuld gegeven wordt. Wanneer de ouders zich uiteindelijk neerleggen bij de toestand is het soms te laat en is de "schade" reeds toegebracht.
Dikwijls haalde Dhr. Bochner de volgende anekdote aan: "In zijn prille jeugd kijkt een kind naar vader op en is ervan overtuigd dat vader  alles kent en weet. Bij 12-13 jaar stelt hij vast dat zijn vader inderdaad veel  weet. Bij 15 jaar denkt hij bij zichzelf: vader weet veel, maar ik weet toch ook iets. Een jaar of twee later denkt hij dat hij evenveel als vader weet en bij 18-19 meent hij reeds meer te weten. Bij 21 jaar is hij ervan overtuigd dat zijn vader ouderwets is, dat hij beter weet hoe zijn leven te leiden en geen rekening meer dient te houden met vaders goede raad. Eens getrouwd en het eerste kind geboren, is hij er van overtuigd een betere aanpak te hebben voor diens opvoeding als indertijd zijn vader. Naargelang het kind ouder wordt en er kleine problemen beginnen te rijzen, denkt hij terug aan opmerkingen van zijn vader. Als zijn kind dan 9-10 jaar wordt, denkt hij bij zichzelf "In feite heeft vader toen iets gezegd dat zin had". Bij 12-13 jaar: "Ik geloof dat vader gelijk had". Bij 15 jaar zegt hij: "O, wat had vader toen overschot van gelijk....!".

Om één van de facetten van zijn karakter, idealisme en eerbaarheid te onderlijnen, het volgende feit: toen ik op zekere dag vond dat hij als directeur opslag meer dan verdiend had, vroeg ik hem een verzoek tot loonsverhoging in te dienen, opdat ik dit zou kunnen voorleggen aan het schoolcomité. Zijn antwoord was treffend: "Ik zal nooit opslag vragen voor mezelf. Indien het comité uit zichzelf niet begrijpt dat ik met mijn loon niet kan rondkomen, zal ik gewoonweg extra werk zoeken, om in mijn levensonderhoud te voorzien... (!) Nu pas kunnen we deze hoogstaande figuur naar waarde schatten. Hij leefde voor de school en zijn laatste pijnlijke dagen stonden in dienst van de school. Zijn vroegtijdig heengaan na een pijnlijke ziekte liet een grote leemte achter in de grootste Joods-orthodoxe onderwijsinstelling van het Europese continent.
 

S. PERL
Secretaris Inrichtende Macht 

 
Back to Homepage

© 1999 Dr. Henri Rosenberg
hrosenberg@JesodeHatorah.org